
Een gunstige wind, zoals dat heet, deed een proefdruk op ons bureau belanden van de restaurantgids die GROEN binnenkort op de markt gaat brengen. De partij wil daarmee een positieve bijdrage leveren aan een nieuwe politieke cultuur, meer bepaald wat betreft de contacten van gemeentelijke gezagsdragers met het bedrijfsleven.
Als die zich afspelen in eethuizen, frituren, taveernen, staminees, logementen en andere onder de noemer horeca te vatten instellingen. Waar zijn ze toegelaten en waar verboden, of minstens af te raden, wil men niet door een geheimagent van Apache worden gefilmd.
De Groene Restaurantgids geeft daar uitsluitsel over, voorlopig nog beperkt tot de regio Antwerpen.
Een grondige studie van dit baanbrekend werk volgt later, maar nu al kunnen we onze verbazing uitdrukken over het ontbreken van frituur ’t Draakske in Deurne terwijl frituur ’t Stad op de Melkmarkt er wel in staat. Een schimmige privaat-publieke samenwerking waar Wouter Van Besien geen weet van heeft?
Mosselen friet, tapas, een dagschotel bij Juliette, koffiekoeken met huisgemaakte chokolademelk in ’t Koekebakske, Baskisch eten in El Pinxto, het mag allemaal van Groen. Ook in eetcafés, als Pitten en Bonen aan de Lombardvest, mogen burgemeester en schepenen gerust een vorkje wegprikken. Italiaans kruidenbrood met een slaatje, bijvoorbeeld, kan op goedkeuring rekenen.
Merkwaardig is toch de ruime tekst en aandacht die gaan naar De Rosenobel, een biologisch restaurant waar de gasten zich aan het veggi-buffet kunnen bedienen en afgerekend worden per 100 gr (nu nog 3 euro). Een schijntje voor een portie groene blaadjes. De gids prijst zozeer de lof van deze tent dat we ons afvragen of daar geen ongeoorloofd gelobby achter zit. Wordt vervolgd.
