
De huidige Antwerpse stadsdichter zoekt mensen die dichtregels willen laten tatoeëren. Daarmee pikt hij in op een rage die al enige tijd aan de gang is: een gedicht als tattoo.
Erg populair is het klankgedicht De Mus, van Jan Hanlo: tjielp tjielp – tjielp tjielp tjielp. Op de binnen– of buitenkant van de arm, bijvoorbeeld, of verticaal op de ruggengraat. In lengte variabel, naargelang de gestalte, zonder de poëzie van Hanlo geweld aan te doen.
’t Is goed in ’t eigen hert te kijken (Alice Nahon) onder de linkerborst, heeft al een beetje afgedaan. Evenals “alles van waarde is weerloos” (Lucebert), op het schouderblad. Heden ongelooflijk in trek is: “als ik m’n ogen toedoe, ben ik in Honoloeloe” van de dichter J.A. Deelder.
’t Schrijverke van Gezelle, daarentegen, is te lang voor een doorsnee rug, maar een distichon (2 regels), een terzine (3) of een kwatrijn (4 regels) zijn goed te doen. Een sextet (6 regels) kan nog net, voor wie groot geschapen is.
Aan artiesten geen gebrek. Tattooshops vermenigvuldigen zich als de konijnen. Wij troffen er zelfs een aan in Watou – of all places – achterin een kunstgalerij dan nog.
Ook BV’s wagen zich al eens aan een bescheiden tattoo op de enkel, de pubis of een andere, minder zichtbare plaats. We hoorden zelfs van een vooraanstaand politicus die op zijn brede rug deze beroemde verzen van Jan Engelman heeft laten zetten:
“Ambrosia, wat vloeit mij aan?
Uw schedelveld is koeler maan
en alle appels blozen”
Helaas is er in de tatoeage een onvergeeflijke spellingsfout geslopen. Wie – zeker de betrokken politicus niet – wil nu met “schedelvelt” door het leven? Een rechtsgeding is aanhangig gemaakt. Tatoeëerders zijn daarvoor verzekert, naar het schijnt.
